Kampen Boys Choir

Koorsamenstelling


De kern van de activiteiten van de Jongenskoorschool Kampen wordt gevormd door het concertkoor, ook wel het A-koor genoemd. Dit koor is samengesteld naar het voorbeeld van Engelse Cathedral en College Choirs.

In lijn met de Engelse gewoonte wordt het gehele koor verdeeld in twee deelkoren: de cantoris en de decani. Deze aanduidingen verwijzen naar de plaats van de twee deelkoren in het hoogkoor van een Engelse kathedraal. Staat men, voorbij het schip van de kerk, met het gezicht naar het oosten, dan staat links de Dean (de “hoofdpredikant”), en rechts de Cantor (dirigent en hoogste functionaris inzake de kerkmuziek). Vandaar de naam decani voor het deelkoor aan de zijde van de Dean, en cantoris voor het deelkoor aan de zijde van de Cantor. De Engelse koortraditie klinkt nog verder door: het KBC kent mannelijke alten, de countertenors die, samen met de heldere en ijle klank van de jongenssopranen, de trebles, het totale klankbeeld zo typisch Engels maken.



De jongens van de deelkoren cantoris en decani worden aangevoerd door een leider, zoals dat ook in een orkest gebruikelijk is. Deze jongen is herkenbaar aan de medaille, de badge, met een donkerblauw lint. Er is ook een hoofdleider van het gehele jongenskoor. Deze jongen is herkenbaar aan de badge met het rode lint.
De leiders zijn verantwoordelijk voor de algehele gang van zaken rondom een concert of Evensong. Zij zien er o.a. op toe dat iedereen de juiste muziek op de juiste volgorde heeft en dat iedereen aanwezig is op de plek waar hij moet zijn.
De hoofdleider - een van de oudste jongens - zorgt ervoor dat alles ordelijk verloopt en bewaakt de goede sfeer in de groep. Daarnaast heeft hij oog voor het functioneren van de individuele jongens in de jongensgroep.


Favourites



Het is herkenbaar binnen iedere teamsport: er zijn altijd jongens die te porren zijn voor meer dan een gemiddelde inbreng, en een extra uitdaging alleen maar prachtig vinden. Zij kunnen geplaatst worden bij de Favourites, een kerngroep van zes tot negen zangers die een extra groepsrepetitie van drie kwartier per week ontvangt. Ze zingen een eigen repertoire en zijn, als meest ervarenen, het fundament van de jongensgroep binnen het koor.


Solisten


Talentvolle jongens kunnen worden toegelaten tot de solistenopleiding van de koorschool. De solisten zijn in het koor herkenbaar aan de badge met het gele lint. Ze krijgen in groepjes van twee extra zangles en kunnen zo uitgroeien tot treble-solisten. De solisten van het KBC zijn veelgevraagde zangers voor o.a uitvoeringen van
Die Zauberflöte van Mozart, de St. Nicholas Cantata van Benjamin Britten en andere grote composities waarin partijen voor jongenssopraan-solisten zijn voorgeschreven.


Changing Voices



Niemand weet precies wanneer, maar het is een vast gegeven: zo ergens tussen het 12e en 14e levensjaar 'breekt' de jongensstem. Mét het veranderende lichaam verandert ook de stem, en groeit mee naar een andere kleur en een andere hoogte. Hoe lang dat proces duurt, en hoe het zich dan gaat ontwikkelen is altijd een verrassing, maar als het meezit ligt een nieuwe plaats in het koor in het verschiet. De jongens bij wie de stem bezig is te veranderen, vormen een aparte groep: de Changing Voices. Zij komen eens per week voor een aparte repetitie bij elkaar. Dan is er speciale aandacht voor die veranderende stem. In die groep wordt geleerd hoe (voorzichtig) moet worden omgegaan met al die nieuwe dingen die de stem wil en kan. De stem wordt op een ander niveau behandeld en klaargemaakt voor de volgende fase: zingen als countertenor, tenor of bas. Zo kan het gebeuren dat de jongens in die fase van de twee wekelijkse repetities er één zingen als sopraan, en de andere als countertenor, tenor of bas.

 

The last badge...

Als, voorafgaande aan ieder concert of Evensong, alle jongens de badge hebben ontvangen die bij hun taak binnen het koor hoort, dan is er nog één badge met een licht blauw smal lint over, de zgn. last badge. Deze wordt door de choirmaster uitgereikt aan een jongen die zich in de aanloop naar dat optreden positief heeft onderscheiden. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat hij een moeilijk stuk muziek erg snel en goed heeft ingestudeerd, of omdat een jongen altijd zijn spullen uitstekend op orde heeft, en daarin een voorbeeld is voor anderen. Voor de jongens die (nog) geen vaste badge hebben is het altijd weer spannend wie deze last badge krijgt en wie eventuele solo’s mag zingen, want daarover is tevoren niets met zekerheid bekend...

De leden van het koor dragen tijdens optredens een rode toga met een witte surplice. De jongens die nog niet officieel tot het A-koor zijn toegelaten, de zgn. probationers of probs, dragen alleen een rode toga. Zij doen op proef mee, tot een stevige test bepaalt of ze definitief zullen worden toegelaten tot het A-koor.